Nadezhda Tolonnikova (Pussy Riot!) over werkkampen in Rusland

Afgelopen week kondigde de Russische regering in verband met de 20ste verjaardag van de constitutie van het kapitalistische 'democratische' bewind een amnestie aan voor duizenden gevangenen – waaronder de twee nog vastzittende leden van Pussy Riot! Maria Aljochina en Nedezhda Tolokonnikova. Met deze zet probeert de Russische regering - in het licht van de Olypische Spelen - zijn bebloede handen te wassen met wat niet meer meer dan pure machtspolitiek. Ondertussen gaan de wanstaltelijke praktijken in de Russische strafkolonies natuurlijk ongestoord door. Met deze vertaling willen wij nogmaals de leugen doorprikken; één van de vele valse façades die het totalitaire regime van Vladimir Poetin heeft opgetrokken om zich voor te doen als nette heersers. Wij weten beter dan de zichzelf verrijkende, machtswellustelingen die over lijken gaan van oppositie, werkende klasse en minderheden.

Een vertaling door Tommy Ryan, Anarchistische Groep Nijmegen (AGN)

Lid Pussy Riot Nadezhda Tolonnikova omschrijft de verdorvenheid van 'Stalinistisch' werkkamp

Het jongste lid van Pussy Riot heeft de omstandigheden van het werkkamp waar zij gevangen zit, 500 km oostelijk van Moskou in Mordovië, als “Stalinistisch” omschreven; het werkkamp waar ze andere gevangenen gedwongen ontkleed en doodgeslagen zag worden.

Nedezhda Tolokonnikova, 23 jaar, een van de twee bandleden die nog steeds vast zitten voor het bestormen van het altaar van de kathedraal van Moskou om een anti-Putin “punk-gebed” te brengen, heeft in een sterke open brief gezworen om in hongerstaking te gaan tot al haar rechten gerespecteerd worden.

Nadezhda Tolokonnikova, één van de leden van Pussy Riot.

“Ik eis dat we als mensen worden behandeld, niet als slaven,” zo schreef ze. Ze omschreef hoe ze vrouwen van middelbare leeftijd zag worden gedwongen te werken, zelfs als ze hoge koorts hadden, en vrouwen die herhaaldelijk in de maag en nieren werden gestompt.

Ze stelt dat ze, toen ze voor het eerst aan kwam op Straft Kolonie #14 in het Mordovische dorp Parts, werd begroet door de chef van het kamp – Luitenant Colonel Kupriyanov – die haar vertelde: “Je moet weten dat als het over politiek gaat, ik een Stalinist ben.”

Tolokonnikova vertelt dat ze gedwongen is dagen van 17 uur te werken: van 7:30 tot voorbij middernacht met vier uur slaap. Ze zegt dat ze een equivalent van €0,60 per maand verdient, terwijl haar brigade de uniformen van 150 politieagenten per dag naait.

Ze zegt dat een onofficieel strafsysteem inhoudt dat gevangenen gedwongen worden buiten te staan in de vriezende kou, verboden worden zich te wassen, naar het toilet te gaan en verboden worden om hun eigen eten of drinken te kiezen.

“In de tweede brigade, bestaande uit gehandicapten en ouderen, was een vrouw die zulke bevriezingsverschijnselen had, dat na een dag in de Lokalka (de plek waar de gevangenen buiten moeten staan) ze haar vingers en één van haar voeten hebben moeten amputeren.”

“Je handen worden doorboord met naaldsteken, bedekt met krassen, je bloed zit over de hele werkbank, maar toch ga je door met naaien,” beschrijft ze.

“Als je Tolokonnikova niet was, zou je al lang helemaal afgetuigd zijn,” zei een medegevangene met nauwe banden met de administratie van de strafkolonie, tegen haar, zo vertelt ze.

“Het is waar: de anderen worden in elkaar geslagen voor het niet bij kunnen blijven met het hoge werktempo. Ze slaan ze in de nieren, in het gezicht. Gevangenen voeren deze mishandelingen uit en vol medeweten van de administratie worden geen van deze wordt gedaan zonder instemming. Een jaar geleden, voordat ik hier kwam werd een zigeunervrouw in de derde eenheid doodgeslagen.

Ze stierf in de medische eenheid van PC #14. De administratie heeft het voorval weten te verhullen: de officiële doodsoorzaak was een beroerte.

Recentelijk werd er een jonge vrouw met een schaar in haar hoofd gestoken, omdat ze een broek te laat had ingeleverd. Een ander had geprobeerd haar eigen buik open te snijden met een handzaag. Ze hebben haar gestopt.”

Tolokonnikova omschrijft de werkomstandigheden als enkel geschikt voor “smerige dieren”.

“Het wordt ons toegestaan ons haar één keer per week te wassen. Maar deze wasdag wordt ons ontzegd. Een pomp gaat kapot of de afvoer raakt verstopt. Er zijn momenten waarbij onze eenheid voor twee of drie weken niet heeft kunnen douchen.”

“Als de afvoer kapot gaat spuit de urine en feces door de badkamers”.

Haar grootste klacht is alleen niet de slechte omstandigheden, maar de corruptie en de sadistische aard van de administratie, vertelt Tolokonnikova. “Ze gebruiken collectieve bestraffing: je klaagt dat er geen warm water is en ze sluiten het in zijn geheel af.”

“Het is mogelijk dit soort dingen te tolereren als het alleen op jou van invloed heeft. Maar de methode van collectief straffen is groter dan dat. Het betekent dat jou eenheid of zelfs de hele kolonie, samen met jou wordt geacht de straf te ondergaan.”

“Hierbij horen, het ergste van allemaal, ook mensen waar je om bent gaan geven. Een van mijn vrienden werd haar verlof ontzegd, waar ze al zeven jaar op had gewacht. Ze had extra hard gewerkt om haar quota's te verhogen. Ze werd gestraft omdat ze thee met mij had gedronken.”

“Om deze reden ben ik met ingang van 23 september in hongerstaking* en weiger ik mee te werken aan de slavenarbeid in de kolonie. Ik zal dit doen totdat de administratie zich aan de wet houdt en stopt de gevangen vrouwen als koeien te behandelen, buiten elke vorm van gerechtigheid om de productie van de naaifabriek verder op te jagen; tot ze ons als mensen behandelen.”

We mogen niet vergeten dat na de vrijlating van de vele gevangenen er nog steeds vele duizenden in de strafkampen zitten.

Origineel: http://www.huffingtonpost.co.uk/2013/09/23/pussy-riot-work-camp_n_3975953.html

* Ten tijde van deze vertaling is deze hongerstaking voorbij na 9 dagen. Tollonikova is hiervoor gestraft en, na twee weken van de kaart verdwenen te zijn, klaarblijkelijk overgeplaatst naar een andere strafkolonie in Siberië.