Reactie buurtbewoners op 1mei demo Utrecht

Op woensdag 4 mei heeft een groep buurtbewoners die langs de route van de afgelopen 1-mei demonstratie wonen een verklaring opgesteld in solidariteit met de demonstranten.

Hier onder het bericht:

Reactie buurtbewoners op 1mei demo Utrecht
aantal buurtbewoners Zuilen/Ondiep – 04.05.2011 21:45

Onderstaand een verklaring zoals opgesteld door een aantal buurtbewoners uit Zuilen/Ondiep

Samen met een tiental buurtgenoten, hebben we besloten dat we dit niet zomaar kunnen laten gebeuren!

Dit is een ernstige schending van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie! Met het in ons ogen, buitensporig agressief optreden en het provoceren door het arrestatie team! De demonstranten hebben zich in deze niet laten provoceren, wat ze veel sympathie onder de mensen heeft opgeleverd. Buiten de nog mooie toespraken over de crises en de afbraak van sociale woningbouw! Waar de mensen van genoten hebben!

Het is een grof schandaal, wat er 1 mei in Utrecht afgelopen is, links word de mond gesnoerd en in plaats dat de veroorzakers van de crises aangepakt worden, mogen wij de arbeidersklasse er voor op draaien! Terwijl de rijken steeds rijker worden, en nu al hebben vele bejaarden en alleenstaande moeders en arbeiders die keihard de hele dag zwaar werk doen vaak geen eten meer, omdat na het betalen van alle rekeningen er niet genoeg over blijft om de hele maand te eten. Dat is NL 2011.

Wij willen graag als het mogelijk is, inspreken volgende week in de gemeente raad. Verder sturen we alle raadsleden nog een brief met alle handtekeningen, als jullie een idee hebben is die ook welkom!

Vriendelijke Groet namens bewoners uit de Heringastraat, Thorbeckelaan, Ahornstraat en Josephlaan en Ondiep

OTTO-infoavond in Mulawan – de Klinker

Op vrijdag 6 mei organiseert heeft Solidariteitscafé Mulawan ons uitgenodigd om te vertellen over de campagne tegen OTTO workforce.

De flyertekst:

De strijd van de Vrije Bond tegen uitzendbureau OTTO Workforce

Begin 2011 is de Vrije Bond in contact gekomen met enkele Poolse ex-werkers van uitzendbureau OTTO Workforce. Door deze ontmoetingen werden ze geïnformeerd over de bizarre arbeidsomstandigheden van duizenden Poolse arbeiders in Nederland. Samen met de ex-werknemers van OTTO is een plan gemaakt voor een campagne tegen OTTO Workforce, niet alleen om het achterstallige loon van deze werknemers terug te eisen, maar vooral om huidige en toekomstige werknemers te behoeden voor asociale uitbuiters als OTTO Workforce.

Hoewel de strijd voornamelijk een informerend karakter heeft gehad, om Poolse en andere Oost-Europese arbeidsmigranten een handvat te bieden om in opstand te komen tegen hun uitbuiters, is die tot op heden in zoverre succesvol geweest, dat OTTO inmiddels het achterstallig loon (en een deel van de op het loon ingehouden boetes) heeft terugbetaald.

De vraag waar de Vrije Bond nu voor staat, is hoe de strijd voort te zetten, zonder een soort hulpverleningsinstantie te worden voor werknemers die worden uitgebuit.
De Vrije Bond is een anarchistische zelforganisatie die directe actie hoog in het vaandel heeft staan, maar het gevaar dat ze met de campagne tegen OTTO in een juridisch conflict verzeild raken, ligt wel op de loer.

Er is al veel gebeurd in een zeer korte periode, waardoor de ervaringen met nog bijna niemand gedeeld zijn. Daarom op 6 mei een avond over de campagne, om te luisteren naar wat er is gebeurd en te praten over wat goed en wat minder goed ging.

Mulawan kookt twee keer per maand een heerlijke 3-gangenmaaltijd in De Klinker, waarvan de winst geheel gaat naar ondersteuning van migranten in en om Nijmegen. Reserveren kan via 06-17240896 of via mulawan_eetcafe@hormail.com.

Politiek café De Klinker
Van Broeckhuysenstraat 46
Nijmegen

Over de afgelopen 1 mei-viering

Bron: http://blog.ramonmosterd.nl/

Demonstranten breken door politielinie – Bron: http://blog.ramonmosterd.nl/

Op zondag 1 mei 2011 vond in Utrecht de jaarlijkse 1 mei demonstratie voor een radicaal andere samenleving plaats. Een strijd tegen asociale bezuinigingen waardoor een meerderheid op moet draaien voor een crisis die door een rijke minderheid wordt veroorzaakt. Een strijd tegen een toenemend xenofoob en intolerant klimaat hier en wereldwijd, een klimaat waarin we van elkaar vervreemden en tegen elkaar worden uitgespeeld. Een strijd tegen kapitalisme: de ideologie welke alle aspecten van het leven probeert binnen te dringen. In het huidige neoliberale systeem is werkelijk alles te koop. Een strijd tegen politici die ons keer op keer verraden en die samen met de corporate elite een onverwoestbaar machtsblok pógen te vormen. Kortom, een demonstratie voor solidariteit, sociale en antiautoritaire strijd en een werkelijk vrije, rechtvaardige samenleving.

1 mei moet een dag zijn waarbij we elkaar vinden in de strijd voor deze doelen, een dag waarop we onszelf organiseren en dit samen vieren. In de aanloop naar de afgelopen 1 mei-viering in Utrecht waren er al verscheidene tekenen dat dit door burgemeester en politie gedwarsboomd zou worden. Vooraf hebben zij aangegeven het demonstratierecht en de mogelijkheid een boodschap over te brengen ernstig te willen inperken. Zo was er een verbod op (verstevigde) spandoeken groter dan 1 x 1,5 meter, zouden vlaggenstokken geweerd worden en was gezichtsbedekking niet toegestaan. Dit ondanks een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een vergelijkbaar verbod op spandoekstokken bij de 1 mei betoging van vorig jaar vernietigt is en spandoeken (inclusief stokken) als fundamenteel grondrecht erkent zijn.1 Ongeacht welke uitspraak van een rechter dan ook, zijn wij van mening dat wij op onze eigen manier onze demonstraties moeten kunnen vormgeven. We moeten dit niet door externe partijen die in hun eigen machtsbelangen handelen laten doen. Afgelopen zondag 1 mei, liet zien wat voor een farce het rechtssysteem werkelijk is. De politie die claimt in naam der wet te handelen, past enkel de wet toe wanneer deze in het voordeel van hen en de machthebbers werkt en is blijkbaar in staat een uitspraak van de rechter zonder verdere consequenties te negeren.

De reden dat wij bovengenoemde zaken meebrengen naar demonstraties is dat wij de straat op gaan om een boodschap uit te dragen én om ons zelf tegen politiegeweld en repressie te verdedigen. Dit laatst genoemde is in afgelopen jaren steeds verder toegenomen, met afgelopen zondag 1 mei als een van de hoogtepunten. Het is ieders recht om veilig de straat op te kunnen gaan. Tegenwoordig worden mensen tijdens demonstraties gefilmd door politie, ingesloten in ME kordons en middels insinuerende restricties en verdachtmakingen in media gecriminaliseerd. Ook wordt het sympathiserende “omstanders” onmogelijk gemaakt van toeschouwer, deelnemer te kunnen worden. De politie selecteert wie wel en wie niet tot de demonstratie behoort en wie wel en wie niet haar of zijn boodschap mag uitdragen.

We moeten ons niet laten meevoeren in dit steeds verder sluitende net van repressie en controle, dat ons weerloos en machteloos maakt. Tijdens de afgelopen 1 mei-viering werden we continu aangevallen en geprovoceerd. De politie, mobiele eenheid en stillen (politie in burger) hebben minstens 11 mensen hardhandig gearresteerd, wat resulteerde in ernstige verwondingen bij meerdere mensen. Ook zijn arrestanten tijdens en na hun arrestatie (zoals in het arrestantenbusje en op het politiebureau) geïntimideerd, vernederd, bedreigd en in elkaar geslagen. Tijdens de demonstratie heeft de politie vanuit het niets meerdere malen op de menigte ingemept waarbij velen (ernstige) verwondingen opliepen, hebben zij tassen en spullen gestolen van demonstranten, hebben zij de geluidswagen (en omstanders daarvan) aangevallen en hebben zij sympathiserende omstanders lastiggevallen, het hen onmogelijk gemaakt zich bij de demonstratie te voegen, aangevallen, bedreigd en gearresteerd. Tevens werden journalisten weggestuurd (met name wanneer de politie gewelddadig de demonstratie aanviel), bedreigd, met vuisten in het gezicht geslagen en gearresteerd. Ook na afloop van de demonstratie zijn er nog mensen in de stad hardhandig opgepakt.

Ondanks dit alles was er in de demonstratie een groot gevoel van saamhorigheid en strijdbaarheid. Mensen hebben goed op elkaar gelet en geprobeerd mensen te helpen waar dat kon, zoals het afweren en opvangen van klappen van politieknuppels en het (proberen te) verhinderen van politiedoorbraken. In plaats van ons te laten afschrikken en demotiveren moeten we niet alleen (beter voorbereid) de straat op blijven gaan, maar moeten we als beweging ook elkaar ondersteunen en opvangen tijdens en ná gewelddadige confrontaties met politie en andere staatsdienaars. Dit betekent dat we ruimte moeten creëren om heftige ervaringen zoals deze een plek te kunnen geven. Dit betekent ook het ondersteunen van arrestanten, binnen en buiten de bajes. Zo kunnen we ondanks al het geweld en negativiteit aan deze dag een positieve uitkomst geven, door de solidariteit en strijdbaarheid te benoemen en hieraan verder te bouwen.

We zijn niet weerloos en we laten ons niet van straat meppen, noch dankzij voorschriften van burgemeester, noch door geweld en repressie van politie. De straat is van ons en wij vechten terug!

Anarchistische Groep Nijmegen

Bussen naar de 1Mei-demonstratie – update

Anarchistische Groep Nijmegen en Doorbraak organiseren samen busvervoer naar de 1mei demonstratie die dit jaar in Utrecht plaats vindt. Er zullen opstapmogelijkheden zijn in Nijmegen en Arnhem.

De kaartjes voor deze busreis kosten 7 euro. Opgeven voor een plek in de bus kan door een mail te sturen naar agn (a) riseup.net. Ook zijn er op zaterdag kaartjes te kopen in de Klinker aan de Van Broeckhuysenstr 46 tijdens Soepcafé op woensdag en Dagcafé op zaterdag. De kaartjes die via internet gereserveerd zijn in de bus te betalen.

Houdt voor verdere praktische informatie ook onze website in de gaten.

***[update]***

De opstapplekken zijn als volgt:

Nijmegen – Arend Noorduijnstraat tegenover hotel Mercure – 12:00
Arnhem – Uitgang Sonsbeekzijde Centraal Station – 12:45

De bus zal na de demonstratie terug naar Nijmegen rijden via Arnhem.

1 Mei: Dag van Solidariteit en Verzet tegen het Kapitalisme

Op zondag 1 mei wordt er een demonstratie georganiseerd in Utrecht. Het startpunt zal station Zuilen zijn. Voor meer info en achtergronden over de komende demo kan je onze infoavond op 19 april bezoeken. Daarnaast heeft het 1mei comité ook een eigen website. Hieronder volgt de oproep van het 1 mei comité van dit jaar:

1 Mei is wereldwijd een dag van solidariteit en sociale strijd, met als inzet een vrije en solidaire samenleving. Die samenleving kunnen we echter alleen realiseren door onszelf van onderop te organiseren, niet door te vertrouwen op de bestaande instanties. De staat beschermt immers de belangen van diegenen die profiteren van het kapitalisme: de banken, de grote ondernemingen en de welgestelden.

De overheid heeft zich diep in de schulden gestoken door de banken overeind te houden. In plaats van bij de schuldigen – de banken en andere instellingen uit de financiële wereld wil men hiervoor de rekening bij ons neerleggen. De crisis wordt zo door parlementair rechts én links als excuus gebruikt om keihard te snijden in de gemeenschappelijke voorzieningen en de sociale zekerheid. Met de installering van het kabinet Bruin 1 hebben we een voorlopige climax bereikt voor wat betreft racistische en repressieve maatregelen en asociaal beleid:

Studenten kunnen binnenkort alleen nog maar studeren als ze rijke ouders hebben. Postbodes, werkers in de zorg en andere mensen verliezen hun baan, om te worden vervangen door flexwerkers zonder behoorlijk contract, die zelf ook weer slachtoffer zijn van het kapitalistische systeem. Mensen met gesubsidieerde banen worden aan de kant gezet. Huurders, uitkeringsgerechtigden en arbeiders worden stelselmatig beknot in hun rechten. Migranten, vluchtelingen en moslims worden tot zondebok gemaakt, terwijl de arme landen door het rijke westen worden uitgebuit. Zo worden diverse groepen mensen tegen elkaar uitgespeeld en de solidariteit tussen de mensen uitgehold. Publieke diensten als de zorg en het openbaar vervoer worden tegen onze wil geprivatiseerd en uitgekleed – en de prijzen stijgen de pan uit.

Dat accepteren wij niet! De crisis is niet ónze crisis, maar net als eerdere crisissen, onlosmakelijk verbonden met het kapitalistische systeem en de manier waarop de financiële wereld is georganiseerd. De enige manier waarop deze crisis dus is op te lossen is door het kapitalisme af te schaffen. Deze strijd moet van onderop worden georganiseerd, op de werkvloer, op de scholen, in de wijken en op de pleinen! Samen kunnen we vechten voor een radicaal andere samenleving, gebaseerd op solidariteit en vrijheid!

Promotiemateriaal als posters en flyers zijn op te halen in de boekenwinkels Rooie Rat in utrecht en Fort van Sjakoo in Amsterdam en in de Grote Broek in Nijmegen.

19 april – Infoavond over de 1ste mei

De Anarchistische Groep Nijmegen organiseert op 19 april een infoavond over de 1ste mei.

Op 1 mei zullen wereldwijd weer miljoenen mensen de straat op gaan. Wij zullen samen ten strijden trekken tegen de steeds verder gaande verdrukking van ons sociale welzijn. Ook in Nederland is het belangrijk dat we de 1ste mei weer tot een dag maken waarin deze strijd centraal staat. Zeker nu het neo-liberalisme een nieuw stadium heeft bereikt.

De 1ste mei is een dag van strijd tegen het gehele kapitalistische systeem van uitsluiting, onderdrukking en uitbuiting van onszelf, anderen en onze wereld. Een strijd voor de realisatie van een vrije, solidaire samenleving wereldwijd en voor iedereen!

Er zal een overzicht worden gegeven over de oorsprong van de 1ste mei en de ontwikkelingen die deze dag heeft doorgemaakt in de geschiedenis onder bijvoorbeeld de Sovjet Unie en Nazi-Duitsland. Waarna we een overstap zullen maken naar het heden waarbij zal worden gekeken hoe deze dag zich ontwikkeld heeft tot de Euro-MayDay acties, die begonnen in Italië en inmiddels overal in Europa plaats vinden. Daarnaast zal er informatie worden verstrekt over de komende 1mei-viering die dit jaar in Utrecht plaats vindt en kunnen er kunnen er contacten worden gelegd voor vervoer etc.

Programma

  • oorsprong en ontwikkeling
  • 1ste mei heden ten dagen

Met beeldmateriaal en info over de komende 1ste mei viering

Dinsdag 19 april – 19:30
Politiek café de Klinker
v. Broekhuyzenstraat 46, Nijmegen
Entree: gratis

 

Enkele gedachten over de opstanden in
Noord–Afrika en het Midden-Oosten

*door Peter Storm van zijn blog Peter Storm Schrijft

Hieronder volgen enkele beschouwingen over de opstanden in Noord-Afrika en Het Midden-Oosten, op basis van een inleiding die ik afgelopen zaterdag 26 maart gaf op een informatiebijeenkomst van de Anarchistische Groep Amsterdam (AGA). Het is geen letterlijke tekstweergave, en het is ook flink ingekort. De vier ‘case studies’, Egypte, Tunesië, Bahrein en Libië, heb ik in onderstaand verhaal bijvoorbeeld niet zo uitgewerkt als ik dat in de inleiding wel deed. Een tot artikel omgewerkte, en stevig ingekorte, versie van mijn inleiding is wat hier volgt. Het artikel is, geïllustreerd en wel, ook te vinden op de website van Doorbraak.

Er zijn een tweetal houdingen jegens de opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika die begrip van wat er gebeurt in de weg staan. De eerste bestaat uit het bouwen van een muur tussen de mensen hier, en de mensen daarginds. Het idee is als volgt: de mensen in die regio zijn zo anders, van cultuur, religie, mentaliteit, traditie, dat de opstanden daar zo ongeveer een exotisch verschijnsel zijn dat je kunt bewonderen of kunt afwijzen, maar waar geen gemeenschappelijkheid mee kan zijn. De Arabische ziel, de islamitische context, de cultuur van woestijnvolkeren, wat het ook is: het is daar helemaal ánders dan hier. Begrip is nauwelijks mogelijk, verbondenheid al helemaal niet. Dit heeft vriendelijke vormen: respect van wat daar gebeurt in al zijn eigenaardigheid. Het heeft onvriendelijke vormen: het zijn moslims, ook na vervanging van dictators blijven het daar gevaarlijke moslims. Maar zowel de vriendelijke als de afwijzende varianten gaan uit van een ondoordringbare muur. Wat daar gebeurt kun je bewonderen of afwijzen. Ermee communiceren is al bijna zinloos, er gemeenschappelijkheid in ervaren al helemaal niet.

Deze houding is ongefundeerd. Mensen die daar in opstand komen, doen dat voor heel herkenbare dingen. Ze willen meer vrijheid, minder corruptie, banen die past bij hun opleidingen, een behoorlijk bestaan. Tamelijk universele dingen, soms geuit in retoriek waarin plaatselijke religieuze en culturele tradities doorklinken, maar dat betreft niet te kern. En inmiddels is de opstandigheid allang niet meer beperkt tot de Arabische wereld, of tot landen waar de meeste mensen moslims zijn. Er is opstand is Swaziland, in zuidelijk Afrika, in een land waar mensen christelijk zijn of plaatselijke religies aanhangen. Er is opstand in Armenië, waar bijna iedereen christelijk is. Er is opstand in het overwegend katholieke Kroatië. De revoltes gaan niet over cultuur en religie, maar over politieke en economische grieven. Er is geen muur tussen hen en ons.

De tweede houding is andersom. Het is een houding van zodanige bewondering dat mensen er hun eigen idealen en opvattingen in herkennen, en de bewegingen daar vrijwel inlijven in hun eigen ideologieën en theorieën. We zien demonstraties, rellen, aanvallen op politiebureaus, gevechten met de politie, revolte… en we denken: dit zijn de plaatselijke versies van kraakrellen of andersglobaliseringsprotesten hier, het betreft hier links verzet, autonome revoltes, anarchistische revoluties of zoiets. Daarmee doen we echter de bewegingen daar onrecht. We claimen dan dingen tot de onze, eigenen ons de opstanden ideologisch min of meer toe, en respecteren daarmee niet de werkelijke strevingen van de opstandigen daarginds. Het is juist nodig om de opstandsbewegingen te proberen te verstaan vanuit wat mensen zélf willen, nastreven en bedoelen en als verlangens naar voren brengen. Evengoed kunnen we dan kijken of daar raakvlakken zijn met wat we bijvoorbeeld als anarchisten nastreven, en de hoop uitspreken dat die raakvlakken sterker worden, dat er libertaire dynamieken zich versterken, en kijken hoe we dat kunnen bevorderen. Maar doen alsof een anarchistisch streven nu al de hoofdstroom van de opstanden uitmaakt, is onjuist.

We kunnen de opstanden analyseren op drie niveau’s, in een soort gelaagdheid. Er is de vraag wat mensen drijft, wat de motivaties zijn voor grote aantallen mensen om in verzet te komen. Er is de vraag wat mensen bewust nastreven, wat hun eisen zijn, hoe ze de maatschappijen veranderd willen zien. En er is de vraag wat mensen allemaal dóén vanuit hun nmotivaties, en in hun pogingen om hun doelen te bereiken. Motivatie, politiek programma en wijze van optreden: het zijn drie lagen in de analyses. En we zullen zien dat er tussen die lagen soms spanningen bestaan, die voor een analyse vanuit anarchistische insteek van belang zijn.

Eerst de diepere drijfveren. Die betreffen allereerst een lang onderdrukte vrijheidsdrang. Men protesteert tegen dictatuur, tegen eeuwig aanblijvende presidenten, tegen noodtoestanden en uitzonderingswetten, tegen politiewillekeur en overal aanwezige geheime diensten. Men protesteert tegen de repressie, de onvrijheid, die in een veelheid van vormen de mensen neerhoudt en knevelt. Het is een woede over onvrijheid die in vrijwel alle delen van de bevolkingen van die landen opspeelt, van de allerarmsten die elk protest neergeslagen zien worden door politie, tot en met de bovenlagen die aanlopen tegen censuur, wanbestuur en incompetentie van topfunctionarissen die geen enkele kritiek dulden, ten guste van de dictator en zijn kliek. Het is een zeer breed levende motivatie.

Iets anders ligt dat met de andere grote drijfveer in de opstanden: protest tegen uitsluiting en armoede. Het gaat dasn om de hoge werkloosheid, vooral onder jongeren. Het gaat om het feity dat tientallen procenten van de bevolking leeft van een dollar per dag, en nog eens tientallen procent van misschien anderhalve of twee dollar. Dit alles tegenover een steenrijke toplaag. Een diep gevoel van sociaal onrecht, sociale uitsluiting, drijft met name mensen uit de volksklassen, arbeiders, krottenbewoners, arme boeren, tot protest. Klassenstrijd is binnen de opstandsbewegingen duidelijk als aanjager aanwezig. Een opvallende rol speelt hier het feuit dat in deze maatschappijen wel grote aantallen jongeren hogere opleidingen en diploma’s krijgen, maar geen banen die ook maar een beetje bij die opleidingen passen. Er ontstaan een enorme spanning tussen de hoop , verwachtingen en ambities van hoogopgeleide jongeren enerzijds, en een tamelijk uitzichtloos bestaan, een toekomst zonder toekomst als het ware, anderzijds. Dat is een grote aanjager van de opstandigheid, gesymboliseerd in de jonge academicus in Tunesië die zich in brand stak omdat de politie hem dwarsboomde toen hij in leven probeerde te blijven met de ver koop van groenten en fruit. De protesten daartegen groeiden uit tot de Tunesische revolutie.

De politieke en de sociaal-economische motivaties komen dan samen in de afkeer van de corruptie. Die corruptie drukt zowel iets economisch als iets politieks uit. Het gaat dan over de verstrengeling tussen bedrijven en politici, vette contracten voor de vriendjes van de president en dergelijke. Maar het gaat ook over alledaagse afpersing: mensen die moeten betalen om kans te maken op ene overheidsbaantje of een opleidingsplek; mensen die aangehouden door politie, mogen kiezen: mee naar de cel voor een dubieuze aanklacht, mogelijk om mishandeld te worden bovendien; of anders de ‘boete’ maar betalen. Dit type corruptie raakt vrijwel iedereen. Het is een vorm waarin juist ook mensen met weinig geld nog eens éxtra worden uitgeknepen. Woede wegens de corruptie is daarmee een onderliggend thema dat de diverse drijfveren, politiek en economisch, verbindt.

In welke richting vertalen mensen deze motivaties in bewuste verlangens, eisen, een soort van programma? Heel veel wijst erop dat mensen ‘gewoon’ democratie willen, i de liberale, westerse zin van het woord. Politieke vrijheid, meningsvrijheid, pers- en mediavrijheid. Het opheffen of minstens inperken van de geheime dienst en het opheffen van noodtoestandswetgeving en dergelijke past daarin. Maar ook verkiezingen die niet bij voorbaat gefrauduleerd worden, waaraan meerdere partijen vrij kunnen meedoen. Politici die via zulke verkiezingen in vrijheid worden gekozen. Een onafhankelijke rechtspraak. Een parlementaire democratie, in de brede zin van het woord, dat is het bewuste strevenn van ten minste de hoofdstroom van de opstanden.

Maar het gaat toch om ietsje méér dan dat. Ik noem het streven daarom democratie-plús. En dat zit in twee dingen. Enerzijds is er de grote bereidheid om stappen naar democratie keer op keer te ondersteunen met nogal radicale actie. In Tunesië bléven mensen demonstreren na de val van Ben Ali. Daarmee maakten ze de handhaving van figuren van het oude bewind in de regering zeer moeilijk en dwongen ze steeds nieuwe concessies af. In het streven naar democratie blijven mensen zélf actief. Het gaat om méér dan het uit handen geven van de eigen macht aan gekozen politici. Het is democratie-plús. En dat geldt ook voor de strevingen, de programmatische kant. De gangmakers van de actiedag op 25 januari in Egypte hadden nadrukkelijk een hoger minimumloon als één van de eisen opgenomen. Eisen voor hogere lonen, voor meer banen en dergelijke, zijn wel degelijk deel , niet alleen van de m motivaties maar ook van veel van de bewuste doelstellingen, van de protesten. De nagestreefde democratie is een democratie met een stevige component van sociale rechtvaardigheid. Ook in deze zin is het democratie-plús, sociaal-democratie, maar dan in een vrij letterlijke betekenis..

We zien dus dat betrekkelijk radicale, diepliggende motivaties – afkeer van onvrijheid op alle niveaus, woede over grootschalige armoede en sociale uitsluiting – vertaald zijn in een betrekkelijk gematigd programma van liberaal-democratische signatuur. Daar zit al een spanning tussen. Die spanning wordt nog veel voelbaarder als we de derde laag in de niveaus van analyse erbij halen. Hoe traden mensen vanuit hun motivaties daadwerkelijk op? Wat déden mensen zoal, en hoe organiseerden ze zich? Dán valt onmiddellijk op dat er van betrekkelijke gematigdheid weinig meer overblijft. We zagen om te beginnen reeksen van verboden demonstraties, feitelijk van burgerlijke ongehoorzaamheid om gigantische schaal. We zagen allerhande vormen van directe actie, stakingen en sit-ins, die na de val van dictaturen ook nog eens door gingen, tegen de kleine dictators in de fabrieken in instellingen in de hele maatschappij. Dat valt vooral op in landen waar de dictator al is verdreven, in Tunesië en vooral in Egypte. Daar was stakingsstrijd al jaren vrij stevig aanwezig, iets dat achteraf als aanloop naar de revolutionaire ontknoping van januari en februari gezien kan worden.

In Bahrein en Libië was specifieke arbeidersstrijd veel minder manifest, al was die in Bahrein bepaald niet afwezig: daar was een staking, waarin vooral leraren van zich deden spreken. Maar een zo zelfstandige rol als in Tunesië en Egypte spelen arbeiders in Libië en Bahrein niet. Dat hangt samen met de verschillende structuren van die landen. In Bahrein is een groot deel van de arbeidersklasse geen Bahreins staatsburger, maar migrant-arbeider uit Zuidaziatische landen. Deze mensen zijn uiterst kwetsbaar vanwege de angst voor uitzetting. Tot nu toe staan ze in de opstandsbeweging buitenspel. Het is zaak dat dit alsnog verandert, ook a in andere staten van het Arabische schiereiland waar een soortgelijk verschijnsel – een flink deel van de arbeidersklasse dat uit vrijwel rechteloze migranten bestaat – plaats vindt. Dit speelt ook in Libië, waar honderdduizenden Afrikaanse en Aziatische migranten werkzaam zijn, of beter gezegd wáren. Bij het uitbreken van de opstand, en de onderdrukking daarvan, reageerden deze mensen, zeer begrijpelijk, met: wegwezen hier! Er was onder Kadhafi al racisme gegroeid tegen deze migranten. Nu uitte dit racisme zich ook in de opstandsgebieden, waar Afrikaanse migranten maar al te makkelijk werden aangezien voor huurlingen van Kadhafi, en soms geweld te verduren kregen van opstandelingen. Het is een aspect van een, op zichzelf rechtmatige, opstand dat bepaald onfris is. Maar het wortelt in de sociale structuur van Libië waarin een groot deel van de arbeidersklasse van dat land een soortgelijke onderklasse-positie had als in Bahrein. Samen met Libische opstandigen strijden tegen Kadhafi’s bewind was voor deze migranten helaas geen voor de hand liggende reactie, en de opstelling van opstandelingen maakte dit samen strijden nog moeilijker. Door dit alles ontbreekt de dimensie van arbeidersstrijd die in Tunesië en Egypte zo sterk is, in Libië vrijwel geheel.

Er was niet alleen een veelheid van zélf-doen, zélf in beweging komen, van directe actie; mensen begonnen zich ook op allerlei manieren zelf te organiseren. Op het Tahrir-plein in Cairo begonnen mensen zelf taken te verdelen, voedselvoorziening, schoonmaak, cultuur en entertainment, maar ook bewaking van de toegangen, zelf te organiseren. Op de Pearl Rotonde in Bahrein gebeurde zoiets ook; een krant uit het naburige naburige Verenigde Arabische Emiraten sprak zelfs van een “werkende anarchie, niet in de zin van chaos, maar in de betekenis van afwezigheid van centrale autoriteit”. En in Benghazi, in Libië, begon de plaatselijke gemeenschap het dagelijkse leven te organiseren via de vorming van comités, nadat mensen er het Kadhafi-bewind daar verdreven hadden. Anderen regelen de dingen niet meer voor ons? Dan zullen we het zelf moeten doen. Mensen begonnen hier min of meer via directe democratie zichzelf te besturen. Ze gingen daarmee veel verder dan de vertegenwoordigende democratie die ze op ideologisch niveau nastreefden. Mensen praatten als linkse liberalen. Maar mensen handelden zo ongeveer als anarchisten… om de links-liberale droom dichterbij te brengen. Er was dus wel degelijk een libertaire dynamiek in de gebeurtenissen herkenbaar.

Maar het was een dynamiek die zich vrijwel nergens van zichzelf bewust was. Mensen zagen de zelfbestuursstructuren in Benghazi, de zelforganisatie op het Tahrir-plein, niet vanzelf als het begin van ene nieuw soort maatschappij. Mensen zagen deze zelforganisatie als tijdelijk iets, om de strijd zelf te organiseren, en het gat te vullen zolang er nog geen democratisch gekozen nieuw bestuur was. Toen Mubarak verdwenen was, verdwenen ook de comités om de protesten op het plein zo goed mogelijk gaande te houden. En nu de tijdelijke comités ondergeschikt worden aan een Nationale Overgangs Raad die zich inmiddels als interim-regering profileert, horen we ook steeds minder van die comités. De naamgeving geeft het al aan: Nationale Overgangs Raad. Overgang naar wat? Naar ‘normale’ democratische bestuursverhoudingen. Zelfbestuur is geen doel van de protestbewegingen. Zelfbestuur is ene middel om de democratische doelen van die bewegingen dichterbij te brengen. Maar het zelfbestuur wijst tegelijk impliciet op de mógelijkheid om veel méér vrijheid en rechtvaardigheid te brengen dan binnen een liberaal-democratisch kader, met al haar indirectheid en beperktheid, mogelijk is. Liberale democratie opent ruimte, na jaren van dictatuur. Maar uiteindelijk doet ook liberale democratie gene recht aan het fundamentele verlangen naar vrijheid en rechtvaardigheid dat de opstanden aanjaagt.

Dat impliciete potentieel tot veel diepere bevrijding helpen tot werkelijkheid te maken is iets waar anarchisten kunnen bijdragen. Erop wijzen dat je die comités ook permanent kunt maken, er de kiem in aanwijzen van een nieuwe vrije maatschappij, dat is iets wat anarchisten kunnen doen – hier maar vooral ook daar. Zoals een Syrische anarchist het formuleert: “De Lybische volkscomités zouden de basis van een nieuw leven moeten zijn, en niet slechts een interim-maatregel.” Als dat idee, en de bijbehorende praktijk, voet aan de grond krijgt binnen de opstandsbewegingen, dan kunnen ze uitgroeien tot revoltes, ja revoluties, die waarlijk als anarchistisch getypeerd kunnen worden.

Wat kunnen revolutionairen, anarchisten onder hen, in bijvoorbeeld Nederland doen om te helpen? Niet heel erg veel, gezien de geringe aantallen. maar er zijn enkele punten. Ons inzetten tegen wapenhanden vanuit Nederland met de regimes in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is er één van. dat klan de vorm aannemen van een petitie, niet omdat daar grote druk van uitgaat maar omdat daarmee tenminste de kritiek een beetje aan het gonzen komt. Steviger en verdergaande acties tegen medeplichtige bedrijven zijn denkbaar, waarbij een onderscheid tussen profiterende directies enerzijds, en het personeel dat er werkt en dat we als potentiële bondgenoot dienen te benaderen, belangrijk is. Een tweede punt is: opkomen voor migranten en vluchtelingen, juist nu. Europa en Libië wekten goed samen in het tegenhouden van Afrikanen die naar Europa proberen te komen. dat was deel van het bondgenootschap tussen Kadhafi en onder meer Berlusconi. Opkomen tegen deze brute vorm van grensbewaking is deel van een politiek die terecht sowieso alle grenzen en migratiebeperkingen aanvecht. Er is nog een punt: wie westerse interventie volstrekt afwijst – en ik denk dat we dit moeten doen – moet onder ogen zien dat Kadhafi alsnog een slachting in opstandsgebieden aanricht. het minste dat we, in combinatie met het stoppen van luchtaanvallen, moeten eisen is dan óók: iedereen die op de vlucht slaat, wordt een veilig heenkomen en fatsoenlijke opvang geboden, ook al verhuist de complete bevolking van Benghazi dan naar Europa.

Andere bijdragen die we kunnen leveren zijn het bieden van morele steun, hoe beperkt ook, aan opstandigen en specifiek aan geestverwanten onder de opstandigen. Als een groepering in Cairo een solidariteitsverklaring vanuit een groepering in Amsterdam of zo krijgt, dat motiveert dat mensen, het steekt ze hopelijk een hart onder de riem. Daarnaast, en in veel bredere zin, is het werken aan een breed verspreid bewustzijn dat de revoltes in Noord-Afrika en het Midden-Oosten onze sympathie en steun verdienen, van belang. Als er een publieke opinie zou zijn die het nadrukkelijk voor de opstanden opneemt, dan zal vanuit opstandige kringen de neiging om dáár – en niet bij regeringen met hun legers, kruisraketten, NAVO en VN – steun te zoeken. Niet de hypocriete en van belangenpolitiek doordrenkte operaties die Westerse staten nu uitvoeren boven Libië, maar authentieke steun, geworteld in solidariteit.

30 jaar Pierson en ‘Waar zit het geld?’

Een update voor de mediatheek vandaag met een filmpje van Doorbraat (Doorbraak.eu). Het filmpje is gemaakt in de aanloop van de nieuwe campagne ‘Waar zit het geld‘ en verwijst ook naar de  30ste verjaardag van de Pierson-rellen en de actualiteit van een gebeurtenis als die van toen.

Het is precies dertig jaar geleden dat in Nijmegen de zogenaamde Pierson-acties plaatsvonden. Doorbraak heeft voor de gelegenheid een filmpje gemaakt waarin de strijd van toen gekoppeld wordt aan de noodzaak van strijd nu.

Dertig jaar geleden moesten er tanks aan te pas komen om de huisjes aan de Piersonstraat in Nijmegen te slopen. De bevolking pikte het niet dat deze sociale huurwoningen in het centrum van de stad gesloopt moesten worden voor een parkeergarage.

Jarenlang hadden de bewoners geprobeerd de gemeente te overtuigen om hun volksbuurtje te sparen. Ze procedeerden tot aan de Hoge Raad maar vingen uiteindelijk bot. Toen zij hun huizen moesten verlaten gaven ze verbitterd de sleutels aan enthousiaste jonge krakers.

Deze bleven strijden voor de woningen en wierpen uiteindelijk barricades op. Na aanvankelijk wantrouwen begonnen steeds grotere groepen Nijmegenaren zich tegen de sloop te keren. En belangrijker: steeds meer mensen begonnen te geloven dat ze konden winnen van de machtige overheid.

Met ruim 2.100 politieagenten, sluipschutters, anti-terreur teams en vijf tanks werd vervolgens een einde gemaakt aan de bezetting. De huizen werden direct gesloopt, maar het verzet nam daarna zó grote vormen aan dat de gemeente alsnog capituleerde. Twee weken later werd het besluit genomen om de gesloopte huizen alsnog terug te bouwen. De parkeergarage kwam er niet.

Sloop leidt nog steeds tot stevige conflicten

Het Waterkwartier in Nijmegen is een voorbeeld van een typische volksbuurt. Mensen deelden er door de jaren heen lief en leed; vooral wanneer de omstandigheden zwaar waren. Veel geboren Waterkwartierders doen er dan ook alles aan om terug te keren in de wijk.

Vergelijkbare wijken zijn overal in Nederland te vinden: en overal liggen ze onder vuur. Want de in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw gebouwde arbeiderswijken liggen dicht bij het stadscentrum. En die grond is tegenwoordig heel veel geld waard.

Woningbouwcorporaties zijn door de jaren heen gedwongen steeds commerciëler te gaan werken. Ooit waren het verenigingen waarin, althans officieel, alle bewoners zeggenschap hadden. Sinds de jaren negentig zijn de corporaties verzelfstandigd en meer en meer gaan optreden als projectontwikkelaars. Subsidies voor het bouwen van sociale woningen werden afgeschaft, en dus zijn ze genoodzaakt ook veel dure huizen te bouwen.

En daarmee zijn ze vervreemd geraakt van hun oorspronkelijke achterban: arbeiders en minima die zijn aangewezen op goedkope woningen. Zij worden niet meer alleen beschouwd als groep die goed moet worden gehuisvest, maar steeds meer als ballast die mooie projecten op dure locaties in de weg staan.

Door de sterke emotionele band die bewoners met hun wijken hebben weigeren ze zomaar te vertrekken. Ze werpen een fundamentele vraag op: van wie is de wijk? Van voorbijgaande, jobhoppende bestuurders of van de mensen die er wonen?

De vraag ‘van wie de wijk is’ leidt op zogenaamde ‘inspraak’- of voorlichtingsbijeenkomsten over de toekomst van een wijk vaak tot veel onbegrip tussen de woningbouwcorporatie en bewoners. Deze laatste worden vaak woedend als de corporatie doet alsof er van alles te overleggen valt, maar tegelijkertijd heel goed weet uit te stralen dat de bewoners eigenlijk voor een voldongen feit staan.

Sloop en schijnargumenten

Er worden allerlei argumenten gebruikt om de mensen uit hun huizen te praten, maar eerlijk zeggen dat ze geld willen verdienen door dure huizen terug te bouwen doen ze niet. In plaats daarvan gebruiken ze schijnargumenten, die de tegengestelde belangen tussen huurder en verhuurder moeten verhullen.

Zo wordt er vaak gezegd dat de huizen in zo’n slechte staat verkeren dat sloop de enige reële optie is. Dit blijkt meestal gewoon uit de dikke duim te zijn gezogen. Woningen zijn vaak inderdaad in slechte staat, maar dat doordat de verhuurder jarenlang zijn kerntaak niet heeft nageleefd: er is sprake van achterstallig onderhoud. De fundamenten zijn nog in orde.

Een ander veelgehoord argument is dat ‘de woningen niet meer van deze tijd zijn’ en niemand ze meer wil hebben. Ger Hesseling, die ook in het filmpje naar voren komt, hoorde dit argument jarenlang aan en besloot het aantal inschrijvingen voor huizen in zijn Nijmeegse volkswijk eens bij te houden. Opvallend is dat in diezelfde woningen die ‘ongewild’ zouden zijn honderden mensen willen wonen.

Het probleem is natuurlijk dat de woningbouwvereniging dondersgoed weet dat de woningen gewild zijn, en de euro’s van eventuele verkoop al ruikt. In datzelfde licht moet het argument van ‘sociale menging’ worden gezien. Op zichzelf is het natuurlijk goed dat wijken geen opeenhoping van sociale ellende worden, maar dat de mensen er zich thuis voelen doet niet terzake.

Verzet en een gewonnen slag

Natuurlijk komen bewoners in verzet. Maar het voelt vaak als vechten tegen de bierkaai. Verontruste bewoners die vaak alleen de lagere school hebben afgemaakt komen te staan tegenover een goed geoliede machine van pr-medewerkers en communicatieadviseurs. Het is een strijd die energie vreet. Want als de communicatiemedewerkers weer naar huis gaan, blijven de bewoners achter in hun bedreigde huis. In onzekerheid.

Woningbouwcorporaties als Portaal spelen hier handig op in met allerlei vertragingstechnieken. Veel bewoners haken dan ook snel weer af in de strijd, vaak totaal afgebrand. Bewoners die actief blijven vechten tegen hun emoties.

Soms wordt er toch nog een succesje behaald: zoals in het Waterkwartier waar een deel van de wijk door de gemeente tot beschermd stadgezicht werd benoemd. Portaal wilde eigenlijk alsnog alleen de buitenmuren laten staan, maar nam uiteindelijk genoegen met een renovatie. Opvallend genoeg kon dat ineens wel, terwijl de bewoners jarenlang was voorgehouden dat de huizen onbewoonbaar waren.

Een gewonnen slag voor een aantal bewoners in het Waterkwartier, maar in het algemeen zou je kunnen zeggen dat de oorlog door huurders wordt verloren.

Eerlijk delen?

Nu al betalen huurders gemiddeld 23 procent van hun inkomen aan hun huis, tegenover de 16 procent die kopers kwijt zijn. De gemiddelde huurtoeslag van huurders is vijftig euro per maand, eigenwoning bezitters tikken gemiddeld tweehonderd euro af.

Er zijn de afgelopen 25 jaar naar schatting meer dan 300 duizend sociale huurwoningen gesloopt. En terwijl de sloophamer op oude arbeiderswijken blijft in beuken, worden er voor elke 100 gesloopte woningen er gemiddeld maar 69 teruggebouwd.

De druk op de sociale woningmarkt wordt dus hoger en hoger. En telkens als er sociale huurwoningen wordt teruggebouwd schiet de prijs enkele honderden euro’s omhoog. Een stijging die huurders alleen kunnen opbrengen door een beroep te doen op de huurtoeslag.

Van kwaad tot erger

Het kabinet weet precies bij wie ze de rekening willen neerleggen: bij de mensen die al jarenlang voor hun bestaan hebben moeten vechten. Huurders met de laagste inkomens worden 177 euro gekort op hun huurtoeslag.

Woningbouwcorporaties werken al als projectontwikkelaars maar moeten van het kabinet ook nog eens 300 euro toeslag gaan betalen per huurwoning. Net als particuliere verhuurders. Dag onderhoud, renovatie en energiebesparing. Ooit werd bouwen voor arbeiders en minima gestimuleerd – nu wordt het bestraft.

Te midden van alle materiële welvaart moeten we niet vergeten dat het gat naar armoede voor veel mensen niet groot is. Hele bevolkingsgroepen zijn aangewezen op overheidssubsidie om hun huizen te kunnen betalen. Maar hoe lang bestaat die nog? Zoals Bob Dylan zong: ‘You Don’t Need a Weatherman to Know Which Way the Wind Blows’.

Het is stil (aan de overkant)

Waar zit het? Hier zit het!

Waar zit het? Hier zit het!

Ondertussen hebben de rijkste inkomens niks te vrezen. Terwijl er ingehakt wordt op de huurtoeslag blijft de hypotheekrenteaftrek gewoon bestaan. Zelfs voor de villa’s.

Bewoners van sociale huurwoningen maken zich vaak kwaad over hoe ze behandeld worden, maar hun verzet blijkt over de hele linie niet effectief. Als ze al een gebalde vuist kunnen maken dan staat er een legertje aan charmante communicatiemedewerkers klaar om deze weg te masseren.

Verzet op alleen buurtniveau kan ook niet effectief zijn. Want zelfs al kunnen er woningen behouden blijven dan komen huurders steeds meer onder druk te staan door de voorgenomen bezuinigingen. De mensen die in de buurt actief zijn moeten allianties aangaan met anderen. Niet door af en toe bij elkaar te gaan snuffelen maar door samen de onvrede te mobiliseren.

Want uiteindelijk zijn de problemen van de mensen aan de onderkant van de maatschappij geen natuurwet, maar het gevolg van bewuste politieke keuzes. Het is dan ook de taak van de onderkant van de maatschappij om voor zichzelf op te komen. Dat dat ook echt kan, hebben we tijdens de Pierson-affaire gezien.

Doorbraak

25 maart: Demo ‘Onderwijs is een recht!’

Op 25 maart 2011 organiseren een aantal onafhankelijke studenten comités uit het hele land een demonstratie in Den Haag tegen de bezuinigingen op het onderwijs. Rond 13.00 uur zal de demonstratie vertrekken vanaf het Spuiplein.
Na afloop van de demonstratie zal er rond 17.30 een landelijke, informele, bijeenkomst zijn in de Haagse Hogeschool, waar studenten uit het hele land met elkaar in gesprek kunnen gaan over de toekomst van de studentenprotesten.

Oproep van ‘Onderwijs is een recht!’:

Stop de bezuinigingen op onderwijs!

Ondanks de 20.000 studenten op het malieveld in januari gaat de regering door met haar bezuinigingsplannen die het onderwijs in Nederland keihard zullen raken: Opleidingen verdwijnen, docenten verliezen hun baan, het hoger onderwijs levert 370 miljoen in, het MBO 170 miljoen, doorstroming wordt voor velen financieel onmogelijk gemaakt, de studiefinanciering en OV verdwijnen voor masterstudenten en ‘vertraagde’ studenten krijgen een boete van 3000 euro. En de lijst met bezuinigingen gaat door.

De gevolgen zijn duidelijk: slechtere opleidingen die steeds korter en duurder worden. Het is de hoogste tijd deze plannen te stoppen. Onderwijs is veel meer dan een ‘investering in jezelf’.Het is een recht!

Het tegengaan van de bezuinigingsplannen op het onderwijs wil NIET zeggen dat de sociale zorg, huisvesting, kunst en inburgeringscursussen dan maar extra moeten inleveren. Er is geld genoeg. Het is simpelweg niet te rijmen dat er massaal bezuinigd wordt op sociale voorzieningen terwijl de economie zich herstelt, geredde banken nauwelijks belast worden, topinkomens stijgen en er wél miljarden beschikbaar zijn voor impopulaire militaire projecten. Het is daarom de hoogste tijd ons demonstratierecht te gebruiken om voor onszelf en anderen op te komen.

Voor meer informatie kijk op:
www.onderwijsiseenrecht.nl


‘Duurzame technologie – een contradictie’

Technologie is een breed concept dat gaat over het gebruik en kennis van gereedschap en ambacht. De invloed die dat heeft op de controle over en aanpassing aan de omgeving is een onderdeel hiervan. Technologie kan ook gaan over materiële objecten (machines,‘hardware’) die van nut zijn. Maar het kan ook een aanduiding zijn van iets breders, namelijk technologische systemen en de bijbehorende technieken en manieren van organiseren.

Zowel allerhande specifieke technologieën als het technologisch systeem dat wij de hebben ontwikkeld als geheel, zijn debet aan de huidige ecologische problematiek.

De belangrijkste specifieke technologieën zijn het gebruik van fossiele brandstoffen en de ontwikkeling van intensieve mijnbouw en landbouw. Ontwikkeling van transport‐ en communicatietechnologie heeft een ongeëvenaarde economische ontwikkeling mogelijk gemaakt, waardoor we op dit moment een onverantwoord beslag leggen op de ecologische buffercapaciteiten.

Maar je kan betogen dat dit niet zozeer wat zegt over de technologie zelf, maar over de implementatie, die een gevolg is van politieke en sociale keuzes, economische ontwikkelingen, cultuur, et cetera. De technologie zelf zou neutraal zijn.

Voordat we kunnen kijken wat voor technologische oplossingen al dan niet mogelijk zijn om ecologische problemen in te perken, en of we het een kunnen behouden, het ander achterlaten, is het nodig om beter te begrijpen hoe technologie werkt. Is technologie neutraal? Op welke manier kijken we aan tegen technologie? Op welke manier ontwikkelt technologie zich?

Voor de aanstaande bijeenkomst van AGN lezen we daarom de tekst van een lezing die gehouden is door Jaap krater op de Top van Onderop in Amsterdam op 20 mei en op de Pinksterlanddagen in Appelscha op 26 mei 2007.

In deze lezing gaat Jaap Krater in op concepten als het technologisch proces en systeem, de vraag of technologie neutraal is, grondstofgebruik, mijnbouw, en de resources nodig voor de kennisindustrie en voor het produceren van groene stroom. De lezing is ook gedeeltelijk te zien op video (http://www.youtube.com/user/GroenFrontTV#p/u/27/Cs3bA36P6wM).

Klik op de onderstaande link om de tekst als .PDF te downloaden:

Duurzame technologie – een contradictie

De AGN leest voor elke bijeenkomst teksten en bediscussieerd deze vervolgens. Heb je interesse om de bijeenkomst bij te wonen, neem dan contact op met de AGN. Alle bijeenkomsten zijn vrijblijvend bij te wonen. De komende bijeenkomst zal plaatsvinden op zondag 27 maart om 16:00.