Op de afgelopen AGN-Bijeenkomst kwam aan het licht dat er behoefte is om ook het economische aspect van anarchisme te belichten. Dit is een onderwerp waar binnen de moderne anarchistische beweging (in Nederland) weinig aandacht voor is. Dit terwijl arbeid en economie een groot deel van onze sociale positie en de invulling van ons leven bepalen.
Voor de komende AGN-bijeenkomst behandelen we de tekst ‘The Economics of Freedom’. Deze tekst van SolFed (Solidarity Federation – International Workers Association) uit het Verenigd Koninkrijk is een aanzet tot het nadenken over hoe een moderne anarchistische economie er uit zou kunnen zien. Dit pamflet is opgezet in drie delen. Het eerste deel behandeld het kapitalisme en de vrije markt waarbij wordt ingegaan op hoe deze nu georganiseerd is en wat de problemen zijn die hiervan het gevolg zijn. Het tweede deel gaat vervolgens over het libertair communisme als alternatief hiervoor en het derde deel over hoe zo’n economie georganiseerd zou kunnen worden.
Klik op de volgende link om te downloaden:
The Economics-of Freedom
De tekst is een -zoals eerder al vermeld- vooral inleidende tekst met een aantal ideeën van SolFed en is niet per sé representatief voor wat wij als Anarchistische Groep Nijmegen vinden en denken. Een aanvullende reactie op deze tekst zal dan ook waarschijnlijk volgen.


Posted in
Tags:
Discussie over “The Economy of Freedom”
Op 17 juni bespraken mensen van de AGN de tekst “The Economy of Freedom”, uitgebracht door de Solidarity Federation (SolFed). De tekst komt met een uitgewerkte schets van hoe een anarchistische, preciezer gezegd een libertair communistische, economie georganiseerd zou kunnen worden, een economie na de val van het kapitalisme, een economie die deze economie vervangt. Het stuk geeft dan ook eerst een analyse van wat er zoal mis is met het kapitalisme: de ongelijkheid, de verspilling vanwege de productie van onzin-producten die ons in de maag worden gesplitst met verkoop-manipulatie, de concurrentie en wat er aan narigheid uit voortvloeit, het doorgedraaide ieder-voor-zich-individualisme. Daarna krijgen we te lezen wat libertair communisme – het alternatief van SolFed – inhoudt. Ten slotte wordt dan een alternatieve, langs libertair communistische lijnen ingerichte economie en maatschappij geschetst: hoe er geproduceerd wordt, hoe we beslissen wat er geproduceerd wordt, hoe de consumptie geregeld wordt, hoe de vrijheid om bij te dragen aan de maatschappij, en de vrijheid om te nemen wat je nodig hebt, gecombineerd en geregeld wordt zonder hiërarchie en dwang, maar tegelijk op een verantwoordelijke en niet-vespillende manier.
De tekst gaf aanleiding tot flink wat discussie. Mensen waren het er om te beginnen over eens dat de tekst nuttig was, en helder geschreven, met alledaagse, herkenbare voorbeelden, zonder nodeloze moeilijkdoenerij. Maar er kwamen een reeks kritische observaties en discussies. Zoals: Bij de analyse van het kapitalisme lag de nadruk erg op wat dit betekent voor consumptie. Er was slechts weinig aandacht voor de sfeer van de productie zelf, hoe het toegaat op de werkplek waar de daadwerkelijke uitbuiting plaatsvindt, en hoe dat veranderd zou kunnen worden;
Bij de schets van een libertair communistische economie ontbrak de behandeling van de vraag hoe een libertair communistische maatschappij economische relaties, hadden el zo, kan organiseren met maatschappijen die nog ‘gewoon’ kapitalistisch zijn. Het zal niet mogelijk zijn om in alles zelfvoorzienend te zijn, dus zulke handel is nodig. Maar hoe dan?
In een libertair-communistische maatschappij is er maximale autonomie van plaatselijke gemeenschappen, verregaande decentralisatie; ieder kan kiezen waar en hoe zij of hij leeft. Levert dat niet het gevaar dat gemeenschappen als het ware rivalen van elkaar worden, dat een bepaalde gemeenschap helemaal haar eigen ding doet, ook als dat consequenties heeft voor de rest van de maatschappij? Bijvoorbeeld als een gemeenschap een gebied bewoont waar zich een voor andere gemeenschappen nodige grondstof bevindt, terwijl die gemeenschap schade van de winning ervan vindt en er dus néé tegen zegt, daarmee de belangen van anderen rakend? Het gevaar werd door gesprekspartners onderkend, maar op basis van vrijheid, federalisme en respect voor autonomie zouden compromissen mogelijk moeten zijn bij zoiets, het maakt deel uit van het leerproces van het vormen van een libertair communistische maatschappij.
Er kwam ook discussie over plaatselijk zelfvoorziening in delen van wat uiteindelijk toch ook een wereldgemeenschap is. Het is niet in principe verkeerd dat mensen voedingswaren consumeren die heel ergens anders geproduceerd worden? Rijst willen eten hier, boerenkool nuttigen in een tropisch land… Zolang de productie van dit alles plaats vindt in vrije verhoudingen en niet ten koste gaat van de plaatselijke productie voor het dagelijks leven, is dit best, zolang gemeenschappen maar werkelijk zelf de controle hebben, zolang gemeenschappen niet gedwongen worden om – een bestaand voorbeeld – sperzieboontjes te verbouwen in Ethiopië voor de Europese markt, terwijl mensen in Ethiopië verhongeren.
Ook werd er op gewezen dat de focus wel erg op schaarste lag. Maar juist relatieve overvloed van wat we nodig hebben – dus niet iedereen perse een eigen DVD-speler; gemeenschappelijke voorzieningen op allerlei punten zijn wenselijk zo bepleit de tekst en zo waren mensen het ook wel eens – maakt werkelijke gelijkheid in vrijheid mogelijk. Bij tekorten komt juist de angstige hebzucht bovendrijven, en krijg je toch weer ellende.
Een belangrijk discussiepunt was het vraagstuk hoe in een libertair communistische maatschappij mensen konden nemen wat ze nodig menen te hebben. De tekst kwam met een soort rantsoeneringssysteem waarbij mensen aannemelijk moeten maken dat zij b een bepaald product nodig hebben, en zich daar desnoods dus voor moesten verantwoorden: elk half jaar een nieuw pak , dat was een voorbeeld. Dat heeft, vonden we, beslist autoritaire ondertonen. Een staf van mensen zou dat dan gaan beslissen. Met welk recht? En waar bleef de eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid van mensen dan. Voor veel basisproducten is rantsoenering sowieso al niet nodig. Als brood, melk,dat soort dingen, gewoon kosteloos beschikbaar zijn gaan mensen echt niet enorm inslaan; het spul bederft immers. Het enige dat hoeft te gebeuren is, per gemeenschap of wijk (niet per individu!) bijhouden hoeveel er per periode gebruikt wordt, zodat men daar bij de productieplanning rekening mee kan houden.
Er was aanleiding voor nog veel meer discussie, lang niet alles is even uitputtend behandeld in de bescheiden tijd die ervoor was, maar bovenstaande dingen geven wel een indruk van zowel de tekst als van de gedachtenwisseling die naar aanleiding ervan plaatsvond.
Peter Storm